woensdag 27 juni 2012

Er was eens ...

Eén van onze kinderen is deze weken vanuit Thailand met verlof in Nederland. Mijn vrouw en ik voelen ons bevoorrecht dat we hem een paar keer konden bezoeken in Chiang Mai. Bij terugkomst in Nederland genieten we dan ook weer van het oppassen op de kleinkinderen. Samen met onze oudste kleinzoon kinderspelletjes op de computer te doen. Hij vindt het prachtig. Bij het goede antwoord beginnen er belletjes te rinkelen. “Goed zo”, roep ik dan om hem te complimenteren met zijn goede prestatie. Maar de belletjes die klinken brengen me in gedachten terug naar Thailand…

Rinkelende belletjes
Vanuit het kleine busje wisselt het landschap van rijstplantages naar een heuvelachtige jungle. De weg houdt op en het busje probeert een modderig spoor te volgen tegen een heuvel op. Daarachter komen we in een dorpje waar een bergstam woont. Als we door het dorpje lopen, staat de zon hoog aan de hemel. Ondanks dat we hoog zitten, is het toch goed over de 30 graden. De mensen wonen in hun rieten hutten, die op palen staan, vanwege het gevaar van de slangen en andere dieren. Er is geen elektriciteit, geen waterleiding en geen speelgoed voor de kinderen. Weer klinken er belletjes. Het zijn enkele vrouwen die aan komen hollen. Ze dragen mutsjes met belletjes eraan. Ze brengen wat handgemaakte kettinkjes en geborduurde tasjes. De mensen vinden het leuk dat er wat toeristen hun dorp bezoeken. Ze zijn opgewekt en vrolijk als we besluiten een paar “souvenirtjes” te kopen. En al die tijd staat daar een jongetje. Ik zie zijn open en spontane ogen naar me opkijken. Het enige wat hij draagt is een versleten jasje. Hij heeft geen weet van computerspelletjes met rinkelende belletjes.
Mijn vrouw Grietje met onze jongste
 kleinzoon Beau (geb. 20 juni '12)

Eens zal ik hem vertellen van een jongetje
Het doet me beseffen dat wij zoveel hebben. Vaak vergeten we dankbaar te zijn dat we het zo goed hebben. Dan is het goed om even over de muren van ons bestaan heen te kijken. Een reisje naar zo ver weg en te zien hoe anderen in dat dorpje achter de heuvel leven. Het drukt je wel met de neus op de feiten. Het jongetje in zijn versleten jasje holt achter een kip aan. Zijn moeder holt achter het
kind aan, terwijl de belletjes van haar mutsje rinkelen.

De belletjes klinken opnieuw en doen me opschrikken uit mijn mijmering. Mijn kleinzoon heeft zojuist weer een goed antwoord gegeven bij het spelen op de computer. En ik zie zijn open en spontane ogen naar me opkijken. “Goed zo”, juich ik met hem mee… Als hij ouder is zal ik hem vertellen van een jongetje, dat hier ver vandaan woont in een bergdorpje achter de heuvel: “Er was eens een jongetje…”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen