dinsdag 18 september 2018

Een kerk-pepermuntje

Het werd stil in de overvolle kerk - te stil - terwijl de dominee de preekstoel beklom. In zijn altijd glimlachende gezicht had hij de lippen samengeperst. Met beide handen omklemde hij het preekgestoelte. Op zijn kalende voorhoofd glommen kleine pareltje vocht. Zo overzag hij zijn kudde en gleed zijn blik langs de rijen. Alsof hij ieder nog eenmaal in de ogen wilde zien.

zondag 29 juli 2018

Groene weiden en dorre woestijnen

Vederlichte wolken kleven in witte vegen aan het hemelblauw. Langzaam kruipt de avondzon richting de horizon. Enkele zwaluwen scheren over de rieten kappen van aloude boerderijen.  In de straat zijn de groene gazons door de droge zomer verkleurd naar goudgeel. Smachtend naar water hangen de bladeren in onze tuin dor en slap.

dinsdag 26 juni 2018

One day at a time


Op tafel ligt de opengeslagen brief die de rest van mijn leven zal bepalen. Voorzichtig neem ik een slok koffie uit de dampende mok. De brillenglazen beslaan en ontnemen mij een ogenblik het zicht op het hier en nu. Zacht tikt de wandklok het heden weg naar de voltooid verleden tijd. Dan dringt de werkelijkheid pas echt tot me door: ik ga met pensioen!

vrijdag 9 februari 2018

Vandaag de dag

Omsloten door de avondschemering blijven we een ogenblik wachten voordat we naar binnen gaan. Door het raam zien we mijn vader en moeder in de verlichte huiskamer. De televisie staat wat te hard aan. Net als andere zaterdagavonden is buiten al te horen dat ze ‘Nederland-Zingt’ van de Evangelische Omroep aan hebben staan. Voor mijn moeder is dat haar lievelingsprogramma. Ze heeft haar hele lange leven graag gezongen.

donderdag 11 januari 2018

Grootvaders klok

In december 1962 kwamen en bleven ze langer dan gedacht. De barre winter begon al vroeg in december. Onbedoeld vierden mijn opa en oma na een witte Kerst ook de jaarwisseling met hun kleinkinderen. In het nieuwe jaar wierp de ijzige stormwind hoge sneeuwduinen op. De sneeuwschuivers staakten hun strijd om onze straat begaanbaar te houden. Het gedwongen verblijf was voor mijn grootouders een drama en voor hun kleinkinderen een genot. Vooral op het moment dat onze kinderogen opa's Volkswagen-kever zagen verdwijnen onder de opgeworpen sneeuwwallen. Met mijn broertjes beklom ik de hoogste bergen van het dorp. Vandaar keek ik neer op het voorraam van ons huis waarachter mijn opa naar buiten keek. Hij had zijn hoed opgezet omdat hij het steeds koud had. Zoals meestal stond de hoed een beetje scheef. Hij keek bezorgd, terwijl ik zwaaide. Maar hij zag mij niet en trok aan de ketting het horloge uit zijn vestzak. Voor de zoveelste keer keek hij erop en schudde zijn hoofd. En zijn hoed zakte nog ietsjes schever.


dinsdag 12 december 2017

De grens voorbij


In de schemer van de avond spelen de dorpskinderen in de eerste decembersneeuw. Sliertjes natte haren komen onder hun muts vandaan. De donkere lucht lijkt gevuld te zijn met ijskristallen. Ik voel een rilling over mijn rug lopen en denk terug aan mijn jeugd. Het was nog donker in mijn slaapkamer. In mijn pyjamaatje stapte ik uit bed en liep naar het bevroren raam. Het eerste ochtendlicht liet de ijsbloemen op de ruit glinsteren. Door de glans van de nieuwe dag verlangde ik ernaar om de zon op te zien gaan. Met mijn gezicht raakte ik de koude ruit aan. Maar ik zag slechts vaag mijn eigen grillige silhouet. Mijn handen voelden hoe er van het kille venster een ijzige koude lucht mij tegemoet kwam. Ik bibberde en voelde me opeens heel bang, opgesloten in mijn kleine kamertje. Het gevoel van alleen-zijn overviel me, omsloten door het nachtelijk duister.

donderdag 12 januari 2017

40 Jaar Samen-zijn

Vandaag - 12 januari 2017 - zijn Grietje Abraham en ik 40 jaar getrouwd. We zijn dankbaar voor deze jaren, onze kinderen en kleinkinderen. Maar ook dat de Heere Jezus ons dwars door alles vastgehouden heeft. We mogen onze weg aan Zijn hand gaan. Het onderstaande gedicht schreef ik een jaar terug voor de liefde van mijn leven.

vrijdag 3 juni 2016

Voordeur van mijn jeugd

Ontelbare voetstappen heb ik er liggen,
maar de afdrukken zijn allang versleten.
IJsselstein, mijn stad
waar ik niet ben geboren, maar wel getogen.
Te lang bleef ik er weg,
kort terug kwam ik er weer.
Mijn toekomst van toen
is heden een deel van mijn verleden.

maandag 25 april 2016

Schaduw van ommekeer



De snaren van de gitaar trillen gevoelig na.
De woorden die we zongen, manen mijn gedachten tot stilte.
'Groot is Uw trouw, o Heer, mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.'

De avondlucht begint al te verkleuren als mijn vrouw en ik naar de Bijbelkring in Westbroek rijden. Het groene dorp ligt als een lint tussen Achttienhoven en Oud-Maarssenveen. De Westbroekse Zodden omringen de oude boerderijen. Een golfbeweging deint door het veld van gele koolzaadbloemen als we voorbij rijden. Verder weg in het weiland stapt een ooievaar statig rond. Als de lente overtuigend haar schoonheid aan ons toont, aanschouw ik haar wel, maar ik voel haar niet.