donderdag 20 februari 2014

Machieltje


Te vroeg geboren tussen 't prikkeldr**d
'n Leven-lang heeft speelgenot ontbroken
Drie concentratiekampen in hun kwaad
Hebben zijn levensdr**d te vroeg gebroken

In een wolk van stoom gehuld, staat een locomotief te wachten bij het bijna lege perron. Mannen in uniform en een aangelijnde herdershond lopen langs de veewagons. Daarin wachten bijna duizend mannen en vrouwen, oud en jong, hun bestemming af. Krakende laarzen stoppen voor de laatste open schuifdeur van een wagon. Ogen die inspecterend rondzien tussen de angstig kijkende mensen, op zoek naar een vrouw met een baby. Ze zit op de vloer met het kleine bundeltje in haar armen. Dan wordt de deur dichtgeschoven en de ijzeren grendel omgelegd. Een hoge fluittoon, als teken voor vertrek, overstemt het gegil van de reizigers die in het donker ingesloten raken. Langzaam komt de lange trein in beweging. Alleen een teddybeertje blijft achter op het perron van de Boulevard des Misères.

Enkele maanden eerder
Te lang al stonden op die ochtend van 31 mei 1943 de vrouwen op appèl. Jeannette was sinds januari in Kamp Vught. Ze mistte haar man, juist nu ze ruim 6 maanden zwanger was. Hoewel de zon scheen, had ze het koud. Ze probeerde zich te concentreren op een hoog vliegende roofvogel. De opkomende krampen in haar benen raakten nu ook haar buik. Tot er iets in haar knapte. 

Ze kon het niet helpen dat het gebeurde. De schreeuw van ingehouden pijn moest eruit. Het was die dag dat haar zoontje geboren werd. Zes dagen later werden alle Joodse kinderen uit kamp Vught op transport gezet naar Westerbork. Ook Jeannette en het baby'tje, waarvan de conditie snel minder werd. De vrouwen in de trein hielpen om hem met truien warm te houden. Bij aankomst in kamp Westerbork werden bijna alle kinderen meteen doorgestuurd naar vernietigingskamp Sobibor. 

Aankomst in een schijnwereld
Buiten de omheining toonden de eerste lupinen al hun bloemenpracht, toen de locomotief het kindertransport langs het perron van kamp Westerbork trok. Maar de paarsblauwe bloemen waren onbereikbaar voor hen, die tegen hun wil opgesloten zaten binnen het prikkeldraad. Toen de inwoners van het kamp hoorden van het slechts 2½ pond wegende kindje waren ze geschokt. Zelfs kampcommandant Gemmeker werd erbij gehaald. Hij nam het besluit het stervende baby’tje op te laten nemen in het kampziekenhuis.

Om het kindje te redden, werd zowel een couveuse, als professor van Cleveld naar Westerbork gehaald. Naast de sondevoeding liet hij elke keer een druppel cognac geven. Gemmeker stelde hiervoor een fles van de beste Hennessy cognac ter beschikking. Er werd gevochten voor zijn leventje. Elke dag werd het kleine jongentje een beetje sterker. De verwachting groeide dat in een dal vol misère, Westerbork kon worden tot een poort van hoop. Op maandag 20 september 1943 werd het kindje van inmiddels 6 pond ontslagen uit het ziekenhuis. Een zucht van opluchting ging door het kamp: hij heeft het gehaald!

Vlinder voor één seizoen
De dag erna vertrekt, zoals bijna elke week op dinsdag, opnieuw een trein. Ontsteld hoorde men dat de kampcommandant bevel had gegeven om het jongetje mee te sturen. De SS-bewakers staan op de treeplanken van de gevulde veewagens. Op een teddybeertje na is het perron leeg. Achter de stoomwolk van de locomotief komen de veewagons met een schok in beweging. In één van de wagons verliest een vrouw haar evenwicht en stoot met een baby’tje in haar armen tegen haar buurvrouw. Buiten schijnt de zon, binnen is het donker en het stinkt. Terwijl de locomotief het kamp uitrijdt, wuiven de laatste bloeiende lupinen een welriekende afscheidsgroet. Paarsblauwe vlinders, geboren voor slechts één seizoen. Ze fladderen op de wind voordat zij sterven.

Drie dagen later komt de trein aan op z’n eindbestemming. Tussen de 979 verslagenen die uit de veewagons worden verjaagd, is een baby. Te vroeg geboren in een leven waarin hij te vroeg moest sterven. Een leven tussen het prikkeldraad van kamp Vught, kamp Westerbork en kamp Auschwitz. Nooit kon hij beseffen dat buiten de omheiningen bloemen bloeien in vele kleuren. 24 September 1943, de dag van zijn aankomst in Auschwitz, werd de dag waarop zijn onschuld voorgoed is vermoord. Slechts éénmaal fluister ik zijn naam:

Machieltje Prins
  
Nooit wil ik je naam vergeten,
jij rust nu tot het eind der tijd.
Eén ding mag je zeker weten,
er is een plaats voor jou bereid.






Klik hier: Lenny Kuhr zingt Kaddisj voor Machieltje Prins

6 opmerkingen:

  1. Bijzonder verhaal Ron, heb jij het geschreven of is het geinspireerd op een bestaand verhaal?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Het is een werkelijk gebeurde geschiedenis Marja. Het geeft goed weer hoe de schijnwereld van Westerbork was. Via dit kamp zijn 102.000 voornamelijk Joodse mensen weggevoerd. Machieltje Prins was een van hen.

      Verwijderen
  2. Machieltje zijn vader was Mozes Prins, geboren 27 maart 1908 te Amsterdam, zoon van Machiel Prins en Keetje Agsteribbe. Hij was kantoorbediende, marktkoopman. Mozes trouwde in Amsterdam op 4 augustus 1937 met Jeannette Ensel; ze woonden op de Pieter Aertszstraat 49 II te Amsterdam. Mozes Prins was ondergebracht in het werkkamp De Beetse in Sellingerbeetse en is van daar uit overgebracht naar kamp Westerbork. Hij ging op 2 november op transport naar Auschwitz.
    Jeannette Prins-Ensel werd op 25 augustus 1902 geboren te Amsterdam, dochter van David Ensel en Klaartje Stodel. Jeannette was lingerienaaister en bereikte de leeftijd van 41 jaar. Zij stierf op 24 september 1943 te Auschwitz.
    Deze gegevens komen uit het Stadsarchief Amsterdam, archiefkaart Machiel Prins.
    Sommige websites vermelden dat Jeannette na aankomst in Westerbork direct op transport werd gesteld naar het oosten. Volgens het Stadsarchief zou zij samen met Michiel aangekomen zijn en vermoord in Auschwitz op 24 september 1943.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Indrukwekkend, maar toch fijn dat je er aandacht aanbesteedt.

    BeantwoordenVerwijderen