maandag 3 november 2014

In 't dorp van heden ruik je ‘t verleden (2)

Enigszins gebogen liepen ze door hun kleine appelboomgaard. Ze droegen een zware rietenmand tussen hen in. De laatste appels van dit naseizoen waren binnengehaald. Hij kreunde even en zij hield haar tred in. Door zijn enigszins beslagen brilletje keek hij naar haar en zei: "Het gaat goed. Deze oude boom staat niet zo ver van de plek waar de appel is gevallen." Met zijn vrije arm veegde hij een druppel van zijn neus. Ze gingen weer verder, zoals ze hun hele leven al deden. Geen last was ze te zwaar, zolang ze het maar samen torsten. Het gewicht van het leven hield hen in evenwicht.

Een appeltje schillen
Mijn moeder stond in de keuken de appels te schillen voor de appeltaart. Ik staarde naar de steeds langer wordende appelschil in afwachting wanneer die af zou breken. Even te voren had ik de mand op het granieten aanrecht gezet. “Waar heb je die appels vandaan?” vroeg mijn moeder. “Ik heb ze uit de boomgaard van Bennie zijn opa en oma,” loog ik. Ik dacht aan de gezellige boerderij met de lage deurtjes. Aan het kleine kakhuisje op ’t erf waarvan ik de deur niet meer open kon krijgen. Bennie en ik mochten van zijn oma als troost vanwege de schrik een roomboterwafeltje pakken uit het snoeptrommeltje. Heerlijk zoet, één voor nu en één voor straks.

De man en zijn vrouw hadden de mand neergezet bij het zitje voor hun boerderij. Als het even kon zaten ze daar tot in het late najaar. Je kon er heerlijk de Dorpsweg afturen. Hij veegde met zijn pet de herfstbladeren van de bank, zodat zij kon gaan zitten. Enkele ogenblikken later zaten ze in het najaarszonnetje de appels te schillen. “Zal ik een kopje koffie voor je zetten?” vroeg ze hem. Hij keek naar zijn eega met haar zwarte hoedje. Samen hadden ze al meer dan zestig jaar lief en leed gedeeld. Hij knikte naar haar, waardoor de druppel die aan zijn neus hing losliet, pardoes in de bak met geschilde appels.

De appelschil brak af. Mijn gedachten kwamen terug bij onze appel-stroop-tocht. Via mijn rug klauterde Bennie op het muurtje. Zo kon hij in de appelboomgaard van meneer pastoor springen. De ene mooie rooie appel na de andere gooide hij vanuit de ommuurde tuin en ik verzamelde ze in een oude rietenmand. Maar opeens plofte Bennie vanaf de muur naast mij in het gras. “Rennen,” riep hij met een angstig gezicht en holde weg. Snel moest ik de appels veilig stellen en nog wel honderd andere dingen. En dus stond ik daar als verlamd, niet wetend wat ik moest doen. Totdat vanachter de muur een boze mannenstem mijn benen in beweging brachten.

Geurende appeltaart
Een stem riep “heu..”. Door zijn enigszins beslagen brilletje zag hij vanaf zijn bank voor het boerderijtje zijn neef over de Dorpsweg langs fietsen. Gebogen onder een te grote pet, zwaar trappend met zijn houten klompen. Zijn verwant stak als groet zijn hand op. “Heu..,” riep hij terug. Eigenlijk was het halve dorp in meer of mindere mate directe of indirecte familie. Genoeglijk keerde hij zich naar zijn wederhelft die juist de koffie op het tafeltje had neergezet. Twee punten verse warme appeltaart geurden heerlijk.

Uit de roestige bomen dansten de laatste stervende blaadjes op de wind hun neerwaartse gang. Spatjes regen lieten het veelkleurig herfsttapijt roodbruin glinsteren. In gedachten zat ik geboeid voor het raam te kijken hoe een spin de in zijn web gevangen vlieg begon te verorberen. Langzaam at ik de overgebleven stukjes appel met rozijnen en kaneel op. Zo dichtbij elkaar kon het zuur en zoet zijn. De geur van de appeltaart in de oven doortrok ons huis. Katholieke appeltjes stelen was misschien minder erg als ze bedoeld waren voor een gereformeerde appeltaart? Hoe kon het anders zo lekker ruiken? Maar zelfs in de lekkerste appeltaart zat wel eens een pit.

Geheim recept
“Het komt vast door de lucht van de appeltaart dat die herinneringen boven komen,” zei hij tegen zijn vrouw. Gelukzalig vertelde hij verder over zijn jeugdvriendje Bennie en de gestolen appeltjes van meneer pastoor ... Juist op het moment dat hij een hap nam van zijn appeltaart, viel er een druppel van zijn neus, precies op zijn appeltaart. Even sloot hij zijn ogen bij het proeven van de heerlijke smaak. Toen keek hij haar met een verliefde blik aan: “Tegen jouw recept kan geen mens op. Je bent het beste wat me ooit is overkomen.” Hij voelde hoe ze haar hand op de zijne legde: “Mijn geheime recept zit dicht bij me hoor. Het is gewoon de geur van mijn warme appeltaart die jouw neus streelt!”

Deze post is een vervolg op 't Dorp van weleer.



5 opmerkingen:

  1. Fijn om te lezen. Prachtig, zo'n oud echtpaar. Mijn opa en oma zijn 66 jaar getrouwd geweest. En de jeugd was vroeger blijkbaar geen haar beter dan nu. :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. "Die jeugd van tegenwoordig ...," zeggen de senioren van heden, net zoals gezegd werd door de bejaarden uit het verleden ;-)

      Verwijderen