dinsdag 16 december 2025

TWEE WOORDEN - Kerstverhaal 2025


Net als Gerrit de mok met opgewarmde koffie wil inschenken, ziet hij door het beslagen raam een auto het erf oprijden. De banden kraken over het grind. Els Blom. Zijn hart slaat even over. Met een kreun duikt hij achter de oude bank. Zijn heupen protesteren bij de plotselinge beweging. De krukken naast hem kletteren op de grond. Gerrit mompelt geïrriteerd: ‘Waarom komt dat mens alweer terug?’ Zijn handen trillen van frustratie. 
De eerste keer had ze hem op zijn erf overvallen, precies op het moment dat hij over het weiland uitkeek naar de koeien. Opeens stond ze daar, haar haren vlamden oranjerood in de najaarszon. Ze had opgewekt gekwetterd: ‘Hallo Gerrit, je kent me nog wel! Sinds kort doe ik pastoraat en huisbezoek vanuit de dorpskerk, speciaal voor mensen die kerkelijk een beetje uit beeld raken.’
Gerrit had zijn wenkbrauwen gefronst: ‘Word ik nu tot randkerkelijke gedegradeerd?' Zijn stem klonk korzelig, bijna snauwend. 'Ik heb geen zin in dat soort pastorale bemoeienis!’

Maar Els Blom was niet van het type dat zich liet wegsturen. En dus staat ze nu opnieuw op zijn stoep. De deurbel klinkt. Terwijl Gerrit zich moeizaam op zijn rug draait, jeukt het stof onder de bank in zijn neus. Hij knijpt het dicht om een nies te onderdrukken. Dan hoort hij het zachte tikken van haar vingers tegen de voorruit. Hij houdt zijn adem in. Alles is stil, behalve de oude wandklok die tikt. Het winterlicht schijnt grijsgrauw naar binnen. De zware balken werpen donkere lijnen over het lage plafond - het is alsof alles in huis kleiner lijkt. 
Plots wordt de keukendeur opengegooid. Els Blom staart hem met grote ogen aan. ‘Lieve help… ben je gevallen?’
‘Nee hoor,’ snauwt Gerrit, terwijl hij zich houterig opricht. ‘Ik lig hier voor mijn plezier.’
‘Man, ik schrok me rot. Ik keek naar binnen en zag je daar liggen. Even dacht ik dat je dood was.’
‘Nu je zo ongevraagd mijn huis bent binnengedrongen, zou ik het bijna wensen,’ bromt hij.
‘Het geeft geen pas om zo over de dood te spreken, Gerrit Schreuder,’ zegt ze streng.
‘Ach mens, wat weet jij nou van doodgaan?’ 
Terwijl hij het stof van zijn broek klopt, ziet hij hoe Els haar jas en sjaal uittrekt. ‘Je mag trouwens je jas wel aanhouden hoor!’
‘Nou, het is hier warm genoeg. En nee, ik heb niet zo’n verlies meegemaakt als jij. Maar het is ruim een jaar geleden dat Geesje is overleden. Misschien wordt het tijd dat je weer licht toelaat in je leven.’
Gerrit snuift. ‘In elk vertrek ruik ik haar nog. Zelfs in de bezemkast. Dat moet zo blijven. Ik heb al moeite genoeg om haar stem niet te vergeten.’
Hij schuifelt langs de eettafel en ploft neer. ‘Jij steekt misschien bij anderen het licht aan, maar ik houd het liever donker. Dan zie je tenminste niet hoe stoffig het hier is.’
Els gaat tegenover hem zitten. Ze vouwt haar handen en kijkt hem scherp aan. ‘Ik kom niet om koffie te drinken, Gerrit. Ik wil weten hoe het echt met je gaat.’
‘Ik heb je ook geen koffie aangeboden.’
 
Na een korte stilte zegt ze zacht: ‘Je zit vast in je verdriet. Je hoeft het niet alleen te doen. Morgen is het Kerstfeest. Het thema van de Kerstdienst is Licht in de duisternis. Jezus kwam om het verlorene te zoeken. Zijn hand is ook naar jou uitgestoken. Hij kent je verdriet om Geesje.’
Gerrit schudt zijn hoofd. ‘Mooie woorden. Maar Geesje en ik waren één geheel. Haar dood voelt als een amputatie. De wond geneest misschien, maar de pijn blijft – als fantoompijn die alles overschreeuwt. Je leert lopen met een prothese, maar je wordt nooit meer wie je was. Ik zou wensen dat ik haar terug had. Zo. We zijn uitgesproken. Je kunt gaan!’
Els’ ogen vernauwen zich, haar lippen trillen even. ‘Gerrit, de wens dat ze terugkomt is behoorlijk egoïstisch. Wil je echt dat ze opnieuw door die pijn moet? Je sluit jezelf op in je verdriet en gooit de sleutel weg. Alsof alleen jouw pijn telt.’

Hij zwijgt, zijn schouders gespannen opgetrokken. Zijn blik vindt het dressoir, waar Geesjes portret hem aankijkt - haar lach ooit zo verzachtend, nu gevangen in vaal zwart-wit. Haar bijbeltje ligt ernaast, onaangeroerd sinds haar overlijden, met een vergeeld papieren kruisje ertussen.
Gerrit wringt zijn handen. Zijn keel voelt droog. ‘Ik heb gebeden tot mijn tong rauw was,’ zegt hij hees. ‘Zij bleef vertrouwen. En ik… ik vraag me af of God wel goed is. Want als Hij dit toeliet, is Hij niet goed - of Hij bestaat niet.’
Zijn woorden hangen zwaar in de kamer. Els staart een ogenblik stil voor zich uit. Dan zucht ze diep: ‘Ik was nog maar een kind. We kwamen hier wonen nadat mijn vader verongelukt was. Thuis deden we niets met geloof. Op school hoorde ik voor het eerst over God. Maar mijn hart bleef dicht - tot een meisje me meenam naar het Kerstfeest.’
Gerrit maakt een beweging, alsof hij haar wil onderbreken, maar haar blik - doordringend en kwetsbaar tegelijk - houdt hem gevangen.
Els' stem klinkt weemoedig: ‘Ze had blauwe ogen, rode wangen, klompen. In de kerk hoorde ik dat God mens werd. Dat Jezus kwam om het verlorene te zoeken. Dat meisje zorgde ervoor dat ik het Licht toeliet in mijn leven.’
Ze knikt naar het portret, haar hand even rustend op haar hals alsof ze moed zoekt. ‘Dat meisje was Geesje. En namens haar vraag ik je: ga je morgen mee naar het Kerstfeest?’
Gerrit zijn gezicht vertrekt van spanning. 
Met zijn hand slaat hij op tafel. ‘Wie denk jij wel dat je bent! Denk je dat je namens haar mag spreken? Ga weg. Nu!’ 
Els staat langzaam op en legt met een zachte beweging een kaartje neer. Ze fluistert bijna. ‘Hier is mijn nummer. En dit nog: Geesjes lievelingstekst was Johannes 11 vers 35. Het is de kortste tekst in de Bijbel.’
‘Jij denkt dat te weten, hè?’ snauwt hij.
Ze pakt het bijbeltje, schuift het voor hem. Haar vingers glijden kort over het bijbeltje. ‘Ik herken het kruisje met die tekst
. Ze gaf het mij op mijn eerste Kerstfeest. Toen ze ziek werd, heb ik het haar teruggegeven.’
 
De deur valt met een doffe tik in het slot. Even blijft het stil, dan hoort Gerrit haar auto starten en het erf afrijden.
Hij weet niet hoe lang hij zo is blijven zitten. Maar zijn woede zakt en maakt plaats voor een rauw verdriet. Zijn blik dwaalt door de kamer. Alles ademt nog steeds Geesjes aanwezigheid - haar leunstoel, de plaid, het bijbeltje. Hij verbeeldt zich soms dat zelfs de geur van haar parfum nog in de lucht hangt.
Met trage bewegingen pakt Gerrit het bijbeltje op en trekt het kruisje eruit. Haar meisjeshandschrift: Johannes 11:35 - “Jezus weende.” Twee woorden... ze raken hem. God, die in Jezus komt in onze nacht van pijn en lijden. Die huilt met degenen die rouwen. Dus ook met hem …
Zijn adem stokt even, een diepe zucht ontsnapt. 'God heeft mij lief, Hij ziet mij en kent mij'. De woorden komen aarzelend, bijna fluisterend in zijn gedachten.
Na een lange, stille minuut staart Gerrit naar zijn telefoon. Zijn hand blijft halverwege hangen. Zijn keel trekt samen. Even zweeft zijn vinger boven het scherm, dan drukt hij toch op bellen.
Er wordt opgenomen. ‘Met Els Blom.
Hij klinkt onzeker: ‘Met… Gerrit.’
Het blijft stil. Hij hoort zijn eigen ademhaling. 
Dan, zacht: ‘Ja?’ Haar toon is voorzichtig, uitnodigend om verder te spreken.
Hij slikt, zijn stem trilt licht. ‘Sorry voor vandaag. Het was aangrijpend. Maar... ik wil morgen toch naar de Kerstdienst. Alleen… vervoer is een probleem. Je weet wel… lopen met een geamputeerd been, dat is nog steeds lastig.’
Gerrit hoort haar stem, warm, vol begrip: ‘Dat weet ik, Gerrit. Je hoeft het niet alleen te doen, hoor. Ik kom je morgen ophalen…’



zondag 15 december 2024

BREEKBAAR! - Kerstverhaal 2024

De paniek schiet door Tim’s lichaam wanneer de bestelbus ineens begint te tollen. De banden hebben geen grip meer op de gladde weg. Hij probeert in alle haast het stuur vast te houden, maar het lijkt wel of de bus zijn eigen wil heeft. Vlak voor de splitsing komt de bus met een schok tot stilstand. Geschrokken staart Tim door de voorruit, naar de sneeuwvlokken die langzaam neerdwarrelen boven het verlaten heuvellandschap. Links ziet hij de weg verraderlijk omhoog slingeren, terwijl rechts een bruggetje toegang geeft tot een bosrijk dal. Hij twijfelt. Zijn handen trillen nog steeds terwijl hij het bezorgpakketje van de bijrijdersstoel pakt. ‘BREEKBAAR!’ staat er met rode letters op. Daaronder het Franse adres: ‘Voor Madame Noëlle de la Lumière’. Hij pakt zijn telefoon om de route op Google Maps te controleren. Maar dan kreunt hij wanhopig: “O nee... geen bereik!

maandag 18 december 2023

TERUGKEER - Kerstverhaal 2023

                                    

De zon daalt achter de heuvels van Chiang Mai. Ze kleurt de stadsmuur oranje. Michiel-André zit op een terras tegenover de oude toegangspoort. Maar hij heeft weinig oog voor het schouwspel. Hij staart voor zich uit en voelt zich verloren en verward. Zijn hele leven dacht hij enig kind te zijn. Maar het bleek anders, heel anders. Kort terug hoorde hij het pas - hij had een tweelingbroer die overleed bij hun geboorte. Hij weet niet wat hij erger vindt. Het jarenlang verzwijgen door zijn ouders? Of het voorbijgaan aan het onverklaarbaar gemis dat hij altijd heeft gevoeld? Het is alsof de puzzel voorgoed het laatste stukje mist.
Michiel-André zucht. 'Moest ik nou zo nodig naar Thailand om hier te verwerken dat ik mijn broertje nooit zal kennen? Het enige wat ik nu bereik, is het genoegen met Kerst niet thuis te zijn. Hadden ze het me maar eerder moeten vertellen!' Hij klemt zijn handen om zijn glas ijskoffie. ‘Laat ook maar. Ik wil deze laatste avond in Chiang Mai gewoon alles vergeten!’ Hij drinkt zijn glas leeg. Maar de zoetheid van siroop kan niet op tegen de bittere nasmaak van koffie.
Michiel-André kijkt naar de overkant. Een zwerfster met een baby op haar arm bedelt om geld. Hij fronst zijn wenkbrauwen: ‘Makkelijk scoren met zo’n kleintje!’ De zwerfster ziet er vies uit in haar groenige shirt en roze broek. Ze lijkt zijn blik te voelen en draait zich naar hem om. Tot zijn schrik loopt ze naar hem toe. Michiel-André springt op en vlucht het café in. Hij rekent af en kijkt schuw naar het terras. Niets! Dan schiet het hem te binnen. Zijn telefoon ligt daar nog. Hij rent terug. Te laat! Zijn mobiel is weg … net als de zwerfster met haar baby!

zaterdag 10 december 2022

BLAUW NEON - Kerstverhaal 2022

Het is nog stil deze morgen als Mirjam over de Dorpsweg fietst. De oude boerderijen staan er dromerig bij in het ochtendgloren. Uit de nevel op het land vliegt met veel kabaal een koppel ganzen omhoog. Mirjam voelt zich zo verbonden met dit dorpsleven. Ze ziet er tegenaan om juist deze dag naar de grote stad te gaan. Acht jaar is het is alweer dat Bert overleden is. Ze beseft dat in die ziekteperiode hun dochter aandacht tekort is gekomen. De jaren daarna had ze Ingrid steeds meer betrokken in het werk. Het melken van de koeien en het uitmesten van de stallen. Tegelijk had ze het verzet bij haar dochter zien groeien. De kerkgang vond ze steeds minder leuk. Als tiener spijbelde ze regelmatig van school. Stilletjes ging ze een paar keer met vrienden op stap naar Amsterdam. Dáár was het echte leven en plezier. Weg uit dit dorp van haar jeugd. Mirjam had haar dochter nog zo gewaarschuwd. En opeens was Ingrid verdwenen... 

woensdag 1 december 2021

GEBROKEN LICHT - Kerstverhaal 2021


‘Halte Hooghalen!’ roept de chauffeur, terwijl de bus vaart mindert.
Jannes Groeneweg kijkt door de ruit naar de langzaam voorbijglijdende huizen. Voor één dag is hij terug op de plek waar hij juist niet wil zijn. Even overweegt hij te blijven zitten en het dorp van zijn jeugd te laten passeren. Dacht hij nou echt dat met zijn komst de schaduw uit het verleden zou verdwijnen?
Als de bus tot stilstand komt, staat hij toch op en schuifelt richting de uitgang. Een man voor hem haakt met zijn koffertje tegen een stoelleuning. Door de tegenbeweging rolt de man zijn hoed door het gangpad. Jannes zet zijn tas neer - graait - en reikt hem het hoofddeksel aan. Buiten knikt de man nog naar hem en gaat zijnsweegs. Langzaam besluipt Jannes een gevoel dat er iets niet klopt. Dan beseft hij dat zijn tas, portemonnee en lunch met de wegrijdende bus uit het zicht verdwijnen.

donderdag 10 december 2020

VUURGLOED - Kerstverhaal 2020


Sophie laat haar zware schooltas met een smak op de vloer vallen. 
Vanuit de keuken klinkt de stem van haar moeder: 'Ben je nu pas uit school?'
Ze negeert de vraag en ploft neer in de leunstoel bij het raam. Een bromvlieg zoemt traag langs haar en botst tegen de ruit. Sophie trekt haar knieën onder zich. Ze staart naar buiten. De boom voor het huis laat steeds blaadjes los. Geelrode najaar-vlinders die duikelend elkaar najagen voorbij gouden lichtstralen. Met haar gezicht probeert Sophie het zonneschijnsel te vangen. Ze laat de gejaagdheid van de schooldag van zich afglijden. Het is heerlijk om weer lekker met de klasgenoten te kunnen lachen om niks. In de voorgaande periode kregen ze door de coronamaatregelen online thuislessen. Iedere ochtend beneden aan de keukentafel de laptop openklappen. Dan inloggen om van de docent uitleg te krijgen over de lesstof. In het computerscherm de eenzaamheid van je eigen gezicht zien weerspiegelen. Alleen-zijn los je niet op door te chatten met lotgenoten. Daarom was ze ruim een week terug - tegen de beperkende regels in - naar een feestje in de buitenlucht geweest. Maar dat was achteraf niet zo'n succes. 
Op de vensterbank ligt de bromvlieg inmiddels op z'n rug rondjes te draaien. Pootjes die hulpeloos naar boven trappelen in een poging zich om te keren. Sophie voelt zich loom worden in het zonlicht. Even doezelt ze weg. Dan klinkt plots het indringende geluid van de telefoon. Met een schok schiet ze overeind. 
Haar moeder komt vlug de kamer binnenlopen: 'Sophie, je zit er vlak naast. Dan kan je toch wel een keer opnemen?'
Het is opa! Hij woont vlakbij in een seniorenwoning.
'Kortademig? Benauwd? Ik kom gelijk!'
Mam hangt op en belt 112. Sophie houdt haar adem in.
'Meiske, de ambulance komt! Opa is niet goed. Ik ben weg!'
Van achter het raam ziet ze haar moeder met haastige stappen verdwijnen richting opa's huis. Dan valt haar oog op de bromvlieg die roerloos is blijven liggen ... Dood!

dinsdag 7 april 2020

Als schaduwen langer worden


In januari hoorden we er van, maar het was gelukkig ver weg. Daarna kwam het elke dag dichterbij. Inmiddels is het Corona-virus binnengedrongen tot in onze huizen. Het beheerst de nieuwsuitzendingen. Als een slagschaduw die over de wereld is gevallen. Scholen, bedrijven, zelfs de kerken zijn gesloten. Weinigen denken nog aan de lijdenstijd. Maar juist nu kunnen de 40-dagen voor het Pasen je troosten en bemoedigen in deze periode.

dinsdag 24 maart 2020

Ze moeten stoppen met corona

‘Papa en mama, hebben jullie gehoord wat Rutte zei. Ik vind dit echt heel erg. Dan zie ik jullie misschien wel 3 weken niet. Hoe moet het nu met mijn verjaardag?’ Er klinkt paniek door in de stem van onze jongste dochter.

En het werd stil op straat ... De wereld is in enkele weken totaal veranderd. Verpleeghuizen zijn gesloten voor bezoekers om besmetting van kwetsbare bewoners met het coronavirus te voorkomen. Onze dochter van 35 jaar is ook kwetsbaar, maar dan anders. Ze heeft een dubbele diagnose van verstandelijk beperkt en gedrags- en psychiatrische problemen. Daarom kwam ze te wonen in een besloten woongroep. Totdat het daar 5 jaar geleden mis ging. Ze werd geplaatst in een instelling voor cliënten die een gesloten behandeling nodig hebben. Het complex slokte haar op binnen hoge muren. Ruimten waar ze nauwelijks nog kon huppelen. Haar woorden echoën na in ons hart: ‘Wanneer zal ik weer lachen en zingen?’

zondag 26 mei 2019

Een plekje in ons hart

Vrolijk lachend kijkt ze ons aan. Alsof de tijd geen vat heeft gekregen op de glinsteringen in haar ogen. Voor het grootste deel van ons leven was ze er gewoon altijd ... tante Ger. Soms had ze geen tijd, altijd te druk met haar werk als directeur van een verzorgingshuis. De laatste jaren ging ze geestelijk achteruit. Wie had ooit gedacht dat ze uiteindelijk zelf werd opgenomen in een zorg-centrum. Met een stralende blik van herkenning kijkt ze ons aan. ‘Kijk nou toch eens wie …’ Door haar aandoening vergeet ze het vervolg van de zin die ze wil zeggen.